Op zaterdagavond 31 januari bereikte ons het treurige bericht dat Eddy van der Pluijm is overleden.
Eddy heeft 16 jaar lang bijdragen geleverd aan de contacten met oud-gevangenen, de onderzoeksgroep en het collectieteam van Nationaal Monument Kamp Amersfoort. Hij had veel kennis van zaken en zijn werk nam een belangrijke plek in zijn leven in.
Zijn markante verschijning en dagelijkse bespiegelingen op de internationale politiek en voetbal in het bijzonder zullen ook gemist worden.
In memoriam Eddy van der Pluim (door Floris van Dijk)
Eddy was in vele opzichten een fenomeen bij Nationaal Monument Kamp Amersfoort. Enerzijds had hij ontzettend veel kennis van zaken en een scherp waarnemingsvermogen. Anderzijds vond hij het lastig zaken bij zichzelf te zoeken, waardoor het werken in een team niet gemakkelijk was – voor beide partijen. Hij moest toch heel veel hebben gelezen want wist echt àlles over de Tweede Wereldoorlog. Maar achter een stugge omgang, opvallende verschijning en zeer herkenbare tongval schuilde een gevoelig mens. Hij genoot grote populariteit onder oud-gevangenen en hun nabestaanden omdat hij hen wist te bereiken en dan geen inspanning te veel voor hem was. De laatste jaren verheugde Eddy zich op de woensdagen vanwege de aanwezigheid van “de dames van het collectiegebeuren”: nadat hij mopperend zijn nieuwe rol had ingenomen bracht hij zijn immense kennis met verve over. Voor wie een snaar bij hem wist te raken deed hij alles en niet voor niks waren twee voormalige stagiaires hevig ontdaan bij het horen van zijn overlijden.
Nooit zal ik zijn blik vol onbegrip vergeten om een reactie van mij. Eddy liep steevast te mopperen over hoe vervelend zijn kat Tara wel niet was. Als voorbeeld n oemde hij dat dat beest maar één soort kattenbrokken wilde van één bepaald merk. Dus ja, wat doe je dan toen de producent besloot met dat favoriet voedsel te stoppen? Ik zei “net zo lang laten zitten tot Tara noodgedwongen ander eten accepteert.” Maar wat doe je dan als je Eddy heette? Die schreef gepassioneerde brieven aan de directie van het diervoedingsbedrijf, met nalevering aan hem van een restpartij tot gevolg.
En soms moest Eddy toch ook in onderlinge gesprekken onbedaarlijk lachen, wat hem doorgaans zo zwaar viel. Bij het bespreken van de recordgevangene die vier keer vastzat in Kamp Amersfoort gierde hij “Die wou maar niet leren!”. Of als hij bij het weggaan zijn maffia-zonnebril opzette en begroet werd met “Dag, Don Eduardo” (dat zei ik ’s ochtends maar niet, want dat had geen zin). Of als Eddy het gevoel kreeg dat er naar hem geluisterd werd na zijn zoveelste sarcastische opmerking over het door hem zo geliefde FC Utrecht, hij vervolgens leegliep over “die prutsers” en eindigde met een gloedvol betoog dat hijzelf toch echt een betere spits was dan Marco van Basten, Wim Kieft en Memphis Depay bij elkaar – al was hij over dat laatste nog bloedserieus ook, zo bleek. Hij kon ook enthousiast vertellen over zijn huisje in het oosten van Duitsland, honkbal, zijn (uiteraard tijdelijk gebleken) voorkeur voor de Socialistische Partij, de aanschaf van zijn nieuwe auto enzovoort. Want ook daarin was hij heerlijk consequent: het ging altijd over hemzelf.
Dag Eddy, lastpak dat je er soms was, ik weet dat jij héle grote obstakels in jouw leven hebt overwonnen – zou ik niet kunnen. Ook daar sprak je merkwaardig open met mij over. Je had lieve en betrokken buren, zoals bleek op die verschrikkelijke zaterdagavond. Hopelijk heb je nu rust. En nee, hou toch op man, je was in de verste verten geen betere spits dan wie ook uit de Eredivisie 😊.
