Beeldanalyse van 13 personen uit twee originele films

Floris van Dijk en René Veldhuizen

In de introductiefilm van het museum van Nationaal Monument Kamp Amersfoort zijn originele beelden verwerkt, afkomstig uit de zogenaamde Rode Kruis-film, gedateerd op vrijdag 30 juni 1944. In dit artikel wordt op zoek gegaan naar personen die voorkomen in die film, alsmede in een tweede, onbekendere originele film uit Kamp Amersfoort. In beide films zijn vele honderden personen te zien, meestal op grote afstand en dus onherkenbaar. Soms zijn zij echter dichtbij gefilmd. In dit artikel worden enkelen van hen na grondige analyse en bewerking van beelden verbonden aan een naam, op basis van onder andere gevangenschap ten tijde van de films (dus tweede helft juni 1944), beeldvergelijking met pasfoto’s, functie in het kamp, herleiding van zichtbare registratienummer op de kampkleding etc. Op dit moment zijn 36.247 detenties van de 47.000 gevangenen bekend, inclusief meervoudige van één en dezelfde gevangene (de recordhouder heeft vier keer vastgezeten) en uitzoekgevallen (mate van onzekerheid).

De zogenaamde Rode Kruis-film duurt in totaal 4 minuten en 3 seconden. Afgewisseld met stukken begeleidende tekst worden verschillende scènes in Kamp Amersfoort getoond: het uitladen van kisten met goederen, de keuken, het exerceren door gevangenen, de zagerij, de touwslagerij, de ziekenbarak, de intake van nieuwe gevangenen (nog met haar en in burgerkleren), de Rozentuin met één gevangene, en het afscheid van Van Overeem. De film opent met de tekst:

“30 juni 1944. Het was een regendag … toen het ROODE KRUIS ditmaal haar wekelijksche BLIJDE BEZOEK bracht.”

Een vrachtwagen van het Rode Kruis met kenteken HZ-70451 rijdt bij 00:12 en 00:24 door de tussenpoort van het bewakersgedeelte het gevangenengedeelte in, langs de in aanbouw zijnde Abteilung III (administratiegebouw) naast de poort tussen het bewakers- en het gevangenen gedeelte, waarbij de gemetselde gevels grotendeels al staan.

Er is nog een tweede film met originele beelden, die slechter van kwaliteit is dan de film van 30 juni 1944; vooral de opnames in gebouwen zijn onbruikbaar. Ook hier worden verschillende opnames in het kamp getoond, maar zonder toelichtende tekst. Deze tweede film duurt 6 minuten en 9 seconden. Rond 5.10 komt tijdens het uitladen van een vrachtwagen de nieuw te bouwen Abteilung III in beeld, waarbij te zien valt dat de ramen en deuren al staan maar het metselwerk daarboven nog moet volgen. Aangezien vanaf de grond wordt opgebouwd kan deze tweede film dus in tijd niet anders dan één week of twee weken voor 30 juni 1944 zijn geschoten. 

00:12 eerste film (30 juni 1944)
5:10 tweede film (medio juni)

De film van 30 juni 1944

De eerste vrachtwagen van het Rode Kruis wordt na binnenkomst door de poort gevolgd door een oplegger met kenteken HZ-70912 en verderop blijkt er ook een burgerauto met Rode Kruis embleem en kenteken HZ-73123 te zijn. Bij 1:33 worden vierkante manden door gevangenen getild, waar blijkens het bijschrift broden in zitten. Vanaf 1:38 zijn honderden marcherende gevangenen te zien.

Loes van Overeem

Bij 00:25 kijkt Loes van Overeem (1907-1980) voor het eerst in beeld, gekleed in het kostuum van het Rode Kruis. Zij komt vele malen terug in beide films. Haar verhaal is bekend: rond Kamp Amersfoort waren enkele particuliere netwerken actief om vooral de voedselvoorziening in het kamp te verbeteren. Als hoofd van de nieuw opgerichte Dienst Speciale Hulpverlening (DSH) van het Nederlandse Rode Kruis wist Van Overeem de voedselvoorziening een gezicht te geven. Elke vrijdag werden voedselpakketten uitgedeeld in aanwezigheid van Van Overeem, waarschijnlijk vanaf november 1943. Het leverde haar bijnamen als ‘De Witte Engel’ en ‘Nederlandse Florence Nightingale’ op. Toen de nazi’s op 20 april 1945 het kamp, met achterlating van voorraden, met bijna zestig gijzelaars verlieten was het beheer aan haar overgedragen en werd Kamp Amersfoort een unieke enclave in bezet gebied.[1]

00:25 (film 30 juni)
6:05 (film medio juni)

Karl Berg

Naast Van Overeem bij 00:28 is een militair te zien met de SS-rang van Untersturmführer (tweede luitenant) op zijn kraagspiegels, onmiskenbaar kampcommandant Karl Berg (1907-1949). Ook hij keert vaker terug in beeld. Karl Berg was de langst dienende nazi van Kamp Amersfoort. Als voormalig kampcommandant van Kamp Schoorl diende hij onder kampcommandant Walter Heinrich (1910-1945?) als Schutzhaftlagerführer (belast met gevangenen) en vanaf maart 1943 was hij Lagerführer (kampcommandant). Hij was één van de leden van het executiepeloton van de 77 Sovjetkrijgsgevangenen, toonde zich een genadeloze antisemiet met bovendien een persoonlijke hekel aan woonwagenbewoners en verzette zich tegen hulpverlening door het Rode Kruis. In 1949 werd hij geëxecuteerd als oorlogsmisdadiger.[2]   

0:28
3:02

Bernard van Tilburg

Bij 00:37 loopt een man met een witte jas door beeld en lacht in de camera. Terwijl het uitladen van goederen doorgaat verschijnt de rechter man in beeld voor Block I, waar gevangenen voor de deur staan. De eerste man in witte jas zien wij weer bij 2:44, naast twee jonge mannen in witte jas en Loes van Overeem aan zijn andere zijde.

In Kamp Amersfoort verbleven in 1944 en 1945 verschillende hulpartsen, gevangen medici ter ondersteuning van de SS-kamparts Jan Klomp.[3] Deze arts uit de film kan niemand anders zijn dan Bernard van Tilburg (# 7090; 1890-1962), arts uit Den Haag. Uit Kamp Vught werd een gevangen arts overgeplaatst nadat in het najaar van 1943 de laatste artsen uit Kamp Amersfoort  naar huis waren gezonden, die opgepakt waren vanwege lidmaatschap de verzetsorganisatie Medisch Contact.[4] Zo werd Van Tilburg op 24 februari 1944 vanuit Kamp Vught naar Kamp Amersfoort gestuurd.

Gevangenen spraken vol lof over Van Tilburg. Jan de Zeeuw (# 8039; 1921-2008) herinnerde zich dat Van Tilburg zonder middelen moest werken in Block IV, de ziekenbarak die overvol lag met patiënten met difterie, TBC, dysenterie en roodvonk. Op 12 maart 1944 bracht De Zeeuw een zieke vriend bij de dokter. Op 16 maart wist Van Tilburg samen met dokter Oudshoorn zelfs het leven van de doodzieke advocaat Huibert Burgerdijk (# onb.; 1901-1989) te redden.[5] Ook Harrie Dirks (# 3828; 1910-1987) verhaalde over de goede zorgen van ‘dienstdoende gevangenendoctoren’, zoals Van Tilburg, ondanks het gebrek aan instrumenten.[6] Soms hadden de inspanningen van Van Tilburg geen resultaat: op 29 februari 1944 werd een jongen bij een poging tot ontsnappen uit de ploeg dwangarbeiders van Soesterberg neergeschoten in zijn long en dijbeen en stierf in de avond.[7]

0:37
0:49

Jan Tückermann

Bij 00:49 staat Van Tilburg opnieuw in de camera te kijken, nu aan zijn linkerzijde geflankeerd door een andere, opvallend lange en bebrilde man in witte jas, en op de achtergrond een toekijkende gevangen politieman (vanwege de ‘P’ op zijn kleding). Deze arts is Jan Tückerman (# 7024; 1905-1962), zoals ook blijkt uit vergelijking met zijn pasfoto.

Op 12 januari 1944 werd Tückermann gearresteerd als huisarts in Arnhem op beschuldiging van het huisvesten van een joodse doktersassistente en lidmaatschap van een verzetsgroep. Hij verbleef in het Huis van Bewaring in Arnhem tot 22 februari 1944, tot hij twee dagen voor Van Tilburg in Kamp Amersfoort arriveerde. Op 26 juli 1944 werd hij overgeplaatst naar de gevangenis Wolvenplein in Utrecht en op 22 november naar het tuchthuis in Rodgau-Dieburg gestuurd, waar hij op 12 januari 1945 werd vrijgesproken door een rechtbank wegens gebrek aan bewijs. De doopsgezinde Tückermann, sowieso een zwijgzaam man, zou nooit iets zeggen over zijn ervaringen in gevangenschap.[8]

In de museumcollectie van Nationaal Monument Kamp Amersfoort bevindt zich een houten Jezusbeeld, geschonken aan Tückermann door een dankbare gevangene voor de medische zorgen. Op de achterzijde staat:

“L. Dobber Wijk aan Zee 1944 gijzelaar PDA”

Dat was Lambertus Dobber (# onb.; 1921-1999), die als één van de gijzelaars van de razzia in Beverwijk op 9 juni 1944 weer naar huis gezonden werd. Ook bevinden zich drie brieven uit Kamp Amersfoort van Tückermann aan zijn echtgenote Gootje in de museumcollectie, waarin hij beschrijft dat hij in zijn eigen beroep is tewerkgesteld, dat hij het druk heeft en dat er eind april voetbalwedstrijden zijn georganiseerd in het kamp.[9]

2:47
2:51
Houten Jezusbeeld, geschonken aan Tückermann. (Collectie NMKA-0000-0006)
Brief uit Kamp Amersfoort van Tückermann aan zijn echtgenote. (Collectie NMKA-2024-0092)
Pasfoto van Tückermann.

Frans van den Berg

De beelden in de keuken laten bij 1:21 een man zien die een grote pan inspecteert, waar een hulpkok in staat te roeren. Deze hoofdkok is Frans van den Berg (# 158; 1904-?), ooit chef-kok van Hotel Royal. Hij maakte deel uit van de allereerste groep gevangenen in Kamp Amersfoort op 18 augustus 1941 en bevond zich daar nog toen de Canadezen op 7 mei 1945 het terrein betraden: hij is daarmee één van de vier langstzittende gevangenen van Kamp Amersfoort. Hoewel het eten karig was werd Van den Berg gewaardeerd om zijn hygiëne en omdat hij er nog iets van wist te maken. Door zijn positie dichtbij het voedsel en door zijn contacten met de kampcommandant had hij volgens sommige gevangenen meer invloed van de Lagerälteste en voelde zich met de andere koks verheven boven andere gevangenen.[10]  

1:21
Frans van den Berg na de oorlog

Frans van de Laar

Achter dokter Van Tilburg loopt bij 00:40 een grijzende, licht gezette man met volle haardos en in burgerkleren op de camera af: Lagerälteste Frans van de Laar (# 7702; 1913-?). Ook hem zien wij vaker terug in beide films. Van de Laar was zachtjes gezegd omstreden: sommige gevangenen én Loes van Overeem droegen hem op handen omdat hij veel voor gevangenen deed, terwijl anderen hem door zijn mishandelingen en willekeur het liefst dood zagen. Zelf beweerde hij dat het bittere noodzaak was om de orde in het kamp te herstellen. Deze zeer controversiële figuur voerde een eigen strafsysteem in, verrijkte zich met obscure handeltjes, vluchtte op 5 september 1944 met collaborateurs naar het oosten en werd na de oorlog veroordeeld tot vier jaar met aftrek van 20 maanden. In de museumcollectie van NMKA bevinden zich onder andere zijn handgeschreven herinneringen aan zijn periode als Lagerälteste.[11]

00:40 (Rode Kruisfilm)
2:34 (film medio juni)

Evert Reemst

Bij 1:44 is zeer kort een door een dier getrokken kar te zien die tussen de exercerende gevangenen weg rijdt uit beeld, in de richting van de keuken. Dit kan niemand anders dan de schillenboer zijn, Evert Reemst, die met zijn zoon Jan (1934-?) dagelijks het keukenafval kwam ophalen in schillentonnen op een platte kar, getrokken door een Belgisch paard. De tochtjes vanaf zijn boerderij ’t Waswater in de bossen van landgoed Den Treek-Henschoten dienden ook om met name brieven in en uit het kamp te smokkelen, in de kniekousen van Jan. In de collectie van Nationaal Monument Kamp Amersfoort bevinden zich schillentonnen uit ’t Waswater, gevonden bij de verbouwing van de boerderij.[12]

Bij het appèl is om 3:12 iets opvallends te zien: vier groepen van honderden gevangenen elk staan in formatie en bij het derde blok zitten aan de zijkant zeven mannen op stoelen, blijkbaar te ziek of geblesseerd om te kunnen staan.

1:44 schillenboer Evert Reemst
3:12 appèl met zeven zieken
Schillenton uit boerderij ’t Waswater (Collectie NMKA-2022-0119)
Schillenton uit boerderij ’t Waswater (Collectie NMKA-2022-0121)
Schillenton uit boerderij ’t Waswater (Collectie NMKA-2022-0122)

Johannes Stender

Vanaf 2:13 is voor het eerst kort een kleine man in burgerkleren te zien. Bij 2:48 verschijnt hij opnieuw in beeld, staand tussen Jan Tückerman en Karl Berg. Diezelfde man is in de tweede film van medio juni 1944 ook te zien maar nu in SS-uniform zonder onderscheidingstekens.

In Beeldbank WO2 staat een foto die waarschijnlijk door iemand is gemaakt vlak na het moment in de film 00:21 en uit een andere hoek, over de schouder van een geüniformeerde man. Het bijschrift van de foto luidt dat die man Stender heet, die tegenover Van Tilburg en Van Overeem staat.[13] Dat is de inkoper van Kamp Amersfoort, Johannes Hermann Stender (1911-?). In zijn naoorlogse verklaring vertelde hij in april 1944 een SS-uniform te hebben gekregen (dat hij sporadisch droeg) en later een pistool. Hij werd daarna bewaker omdat het Wachbatallion, belast met de buitenbewaking van Kamp Amersfoort, werd ingezet in de strijd tegen de geallieerde luchtlandingen op de Ginkelse Heide.[14] 

Overigens vermeldt de Beeldbank-foto ook dat een gevangene in een donker uniform rechts Hugo Brandt Corstius (# 2792; 1918-1998) is. Die is op de film niet te zien, mogelijk was hij de man die rond 00:27 aan het zicht werd onttrokken door twee anderen.  

2:13 (film 30 juni 1944)
00:21 (film medio juni 1944)
Foto’s van Stender tijdens zijn naoorlogse proces

Verschillende momenten uit deze film van 30 juni 1944 zijn opvallend. Zo zien wij bij 3:26 een groepje nieuwe gevangenen, nog in burgerkleren en met volle haardos. Omdat op 30 juni 1944 niet minder dan 87 nieuwe gevangenen werden ingeschreven is het onmogelijk iets met zekerheid over deze zeven mannen te zeggen.

Bij 3:35 wordt een eenzame gevangene in de Rozentuin getoond. In het Diensttagebuch staat die 30e juni 1944 geen gevangene vermeld met straf dus is onbekend wie deze man was.

3:26
3:35

Een grote groep gevangenen loopt langs de camera bij 3:38 waarvan er tenminste vier een ‘U’ op hun jas hebben en dus nog in Untersuchung zijn.

3:38
3:42
3:52 Van Overeem stapt in de auto…
3:57 …en verlaat het kamp

De film van 16 of 23 juni 1944

In deze doorgaans korrelige opnames worden weer werkplaatsen in Kamp Amersfoort getoond en het uitladen van vrachtwagens van het Rode Kruis. We vallen met de deur in huis bij de werkzaamheden in de strovlechterij. Daarbij staan bij 00:13 enkele oude bekenden toe te kijken: v.l.n.r. Van de Laar, waarschijnlijk Berg, onbekend, Stender, Van Tilburg, een viertal onbekenden en drie gevangenen.

Voor een concentratiekamp speelt zich bij 00:21 een ongewoon tafereel af. Een nogal vrijpostige Van Tilburg trekt lachend een gierende Loes van Overeem aan haar arm het beeld in. Dat Van Overeem en Van Tilburg zo opvallend ontspannen en amicaal voor de camera stonden is verklaarbaar: zij moeten elkaar gekend hebben uit hun woonplaats Den Haag, waar de echtgenoot van Van Overeem ook arts was.

0:13
0:21

Jacob Heinkens

In de film wordt bij 1:32 een gevangene frontaal in beeld gebracht. Hij lijkt lang maar dat komt door het perspectief omdat hij van onderaf werd gefilmd. Aan de hand van zijn zichtbare nummer is dit Jacob Heinkens (# 14011; 1925-1999). Deze Groninger, van beroep wagenmenner, was op 9 juni 1944 in Kamp Amersfoort gearriveerd omdat hij zijn contract van de Arbeitseinsatz zou hebben gebroken en werd op 29 juni 1944 op transport gezet naar Augsburg.

1:32
2:39

Johan Bock

Bij 2:39 wordt een gevangene frontaal gefilmd, die zichtbaar en direct in de militaire houding schiet. Zijn nummer is onmiskenbaar en dat is Johan Bock (# 6705; 1898-?), geboren in Büdelsdorf. Hij werd als SS’er verdacht van ‘Amtanmassung’, wat neerkomt op misbruik van bevoegdheden. Daarvoor was hij nog in Untersuchung, getuige de ‘U’ op zijn jasje. Bock was tewerkgesteld in de garage van Kamp Amersfoort, aldus zijn kampkaart. Daar werkte hij samen met onder andere de Amsterdamse bakkersknecht Johannes Oelschläger (# 8371; 1913-1945), die op 5 november 1944 ontsnapte uit Kamp Amersfoort.

Theodorus Koesen, Harry van Thiel en Arie van Wakeren (v.l.n.r.)

Bij 1:47 komt voor het eerst een man in beeld die een theepot en koppen draagt, als middelste van twee anderen.

De man aan zijn rechterzijde laat slechts in een splitsecond zijn nummer zien. Er staat 11248 dus dat moet Theodorus Koesen zijn (# 11248; 1920-?), ambtenaar in Den Haag.

Aan zijn linkerzijde van de man met de theepot loopt een andere gevangene. Die tweede man heeft nummer 261 en dat moet dan Arie van Wakeren (# 261; 1920-1999) zijn, machinebankwerker uit Amsterdam. Hij was contractbreker en gearresteerd voor diefstal. Op 13 juli 1944 werd hij naar Leipzig op transport gezet. Wegens lidmaatschap van de SS zijn er twee CABR dossiers over hem.

Maar de man in het midden komt later terug bij 4:37 terwijl hij een mand of kist draagt. Van zijn nummer is dan slechts een 2 en een 4 zichtbaar. Toch is zeker dat dit Henricus ‘Harry’ van Thiel (# 11240; 1902-1955) uit Helmond is. Hij hield toezicht op de administratie en had veel invloed. In de museumcollectie van NMKA bevindt zich een ringband met allerlei beste wensen en gedichten van medegevangenen, opgedragen aan Harry van Thiel ter gelegenheid van zijn verjaardag op 22 januari 1945. Eén gedicht is van dokter Van Tilburg. Ook zijn er handtekeningen ter herinnering aan 19 april, zoals van Van den Berg, Van Overeem en ene Joep Schols.[15]

1:46
1:49
1:32
Harry van Thiel na de oorlog

Joep Schols

Vanaf 2:19 staan gevangenen in witte jassen en Loes van Overeem voor de ziekenbarak, met herkenbaar Tückermann en Van Tilburg. Als allerlaatste sluit bij 2:32 nog net vanaf rechts een gevangene aan met een zwarte band om zijn arm, waar een beperkt aantal functies op stond aangeduid zoals Blockälteste. De man is wat klein van stuk, heeft een opvallend hoog voorhoofd en donkerblond haar. Op het oog dezelfde man, weer met zo’n armband om de linkerarm, verschijnt bij 4:15 in beeld. Dit is Johannes ‘Joep’ Schols (# 2015; 1915-1989) uit Sevenum, in juni 1944 Blockälteste en na het vertrek van Frans van de Laar in september 1944 Lagerälteste. Hij was al in maart 1942 opgepakt, arriveerde op 7 november 1943 in Kamp Amersfoort en kende het kampleven door en door. Met ruim negen maanden werd hij recordhouder van all Lagerältesten en kon zich zelfs, ondanks die vaak gehate positie, in een zekere populariteit onder de gevangenen verheugen.[16]

2:19
2:32
4:15
Naoorlogs

Twijfelgevallen en opvallende scène

Tot slot een tweetal mogelijke namen van gevangenen: hun gevangene nummer is namelijk slecht leesbaar. Wellicht waren dit Willem Meijerink en M. van Pelt.

Ook verschijnt in de film rond 1:56 een uitgebreid poserende bewaker. Zijn uiterlijke verschijning komt enigszins overeen met de omschrijving van een beruchte bewaker, waarvan gruwelijke voorbeelden van mishandeling bekend zijn en die de achternaam Franska droeg. Hij werd omschreven als een klein en pezig mannetje, circa vijftig jaar oud, een typische ijzervreter met een mager, boosaardig gezicht met een snorretje en valse, groene ogen. Hij lachte nooit en straalde één en al agressiviteit uit.[17]

00:18 #14351? Mogelijk Willem Meijerink
00:39 # 14726? Mogelijk M. van Pelt
1:56 Mogelijk Franska

Tot slot is er een opvallende scène in de film van medio juni 1944. Bij 1:43 worden twee mannen gefilmd, een gevangene en iemand met volle haardos en in burgerkleren dus hetzij een gijzelaar, dan wel iemand van buiten het kamp. De gevangene eet een appel, reageert zichtbaar betrapt op iets dat buiten beeld gezegd wordt want stopt met kauwen, kijkt verschrikt naar links (voor de kijker) en stopt dan zijn appel weg.

1:43

Bronnen

[1] R. Grüter, Kwesties van leven en dood; het Nederlandse Rode Kruis in de Tweede Wereldoorlog, Amsterdam (2017), p. 128-134; 335-350; K. Kreuning, “Loes van Overeemweg; van 1943-1945 Hoofd van de Dienst Bijzondere Hulpverlening van het Nederlandse Rode Kruis”, Informatiebulletin 20 (2007), p. 2-52

[2] E. Zuidema, Karl Peter Berg (1907-1949); doodstraf voor de kampcommandant, Zandvoort (2021).

[3] F.H. van Dijk, “Meer artsen dan Van Nieuwenhuysen en Klomp”, InBeeld 56 (2023), p. 4-10

[4] H. Wieringa, Concentratiekamp Amersfoort 1943-1944; herinneringen van gev. nr. 2239 Henk Wieringa, Veendam (1945), p. 41

[5] J.G. de Zeeuw, “Bijzonderheden over Kamp Amersfoort, niet vermeld in de toespraak van 19-4-2002”, p. 3 en 5; J.G. de Zeeuw, “Toespraak door J.G. de Zeeuw, oud-gevangene Kamp Amersfoort”, (2002), p. 3

[6] H.J. Dirks, Overleven; dwangarbeider #46657 op de vlucht, Arnhem (2020), p. 36-37

[7] J.M.Th. Govaert, Ondergedoken in het concentratiekamp; priesterleven in het P.D.A., Utrecht (1949), p. 158-160

[8] De besturen van Kring en Huisartsenvereniging Arnhem en Omstreken, “In memoriam J. Tückermann, huisarts te Arnhem”, Medisch Contact (1962) p. 716; Informatie Coen Tückermann (20 april 2023)

[9] NMKA-0000-0006; NMKA-2024-0091, 0092 en 0093.

[10] R. Roëll, p. ; C.N. Impeta, Kampleed en hemelzegen, Groningen (1946), p. 67

[11] CABR inv.nr. 74497 doss 4/47; CABR inv.nr. 103106 doss 11268/45; CABR inv.nr. 95630 doss 1145; NMKA-2020-0031; Telegraaf (15 februari1950); Maas en Roerbode (18 november 1945); Limburgs Dagblad (16 november 1945)

[12] J. Huurdeman, Bij de beuk linksaf, Leusden (2014), p. 11- 17; NMKA-2022-0119, 0120, 0121 en 0122

[13] NIOD Beeldbank WO2 nr. 61890

[14] PV PDA 83 verhoor Stender, Politieke Recherche Dienst Utrecht Oost 20-12-1945 (archief NMKA)

[15] NMKA-2015-0135

[16] R.B. Bierman, “Voor hen die na mij komen en van me willen weten”, Amersfoort (2004), p. 100, 157-158; J.M.Th. Govaert, Ondergedoken in het concentratiekamp; priesterleven in het P.D.A., Utrecht (1949), p. 88; T. de Booij, Archief De Booij, (z.l.)(z.d.), p. 261; N. Andersen, Guus Geluk bestaat nog, (z.l.)(z.d.), p. 32.

[17] J. Sligter, Herinneringen aan de lange hete zomer van 1942, Berkel en Rodenrijs (2003), p. 4; 9-10; L.W. Schmidt, Modern bagno, nr. 1277; ervaringen uit het concentratiekamp, Rotterdam (1945), p. 25-26; Verklaring C. Weltens, “Namen van SS-beulen uit het kamp Amersfoort”, Bennekom (7 november 1945)

Ga naar de inhoud